Citaat | Rechtbank Rotterdam 4 december 2019
Onder 4.3. Rechtbank Rotterdam 4 december 2019
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 4 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9621.
Nu [naam gedaagde 1] en [naam gedaagde 2] afzonderlijk verweer hebben gevoerd, zal de rechtbank de vorderingen tegen hen hierna ook afzonderlijk beoordelen. In beide zaken stelt de rechtbank echter voorop dat, in het licht van de betwisting daarvan door het Pensioenfonds, niet voldoende door [naam gedaagden] is gesteld en evenmin is gebleken dat [naam bedrijf] heeft voldaan aan de meldingsverplichting van artikel 23 lid 2 Wet Bpf. Ingevolge het bepaalde in artikel 2 van het Besluit meldingsregeling dient de bedoelde mededeling schriftelijk te worden gedaan, uiterlijk veertien kalenderdagen na de dag waarop de bijdrage behoorde te zijn voldaan. Bij de mededeling dient inzicht gegeven te worden in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de bijdrage niet kan worden betaald. Het bestaan van een dergelijke schriftelijke mededeling kan, bij gebreke van enige onderbouwing daarvan, in rechte niet worden aangenomen. De stelling van [naam gedaagden] dat het Pensioenfonds in dit geval op de hoogte was van de betalingsonmacht van [naam bedrijf] , aangezien daarover meerdere malen is gecorrespondeerd en zelfs een betalingsregeling is getroffen, kan hen niet baten. Uit de parlementaire toelichting op artikel 23 Wet Bpf en de nota van toelichting op het Besluit meldingsregeling volgt dat de meldingsregeling de bestuurder van het lichaam tot actie dwingt wanneer het lichaam in betalingsmoeilijkheden komt te verkeren. De regeling beoogt te bewerkstelligen dat het pensioenfonds op een vroegtijdig tijdstip op de hoogte geraakt van de moeilijkheden waarin het lichaam verkeert. Het pensioenfonds kan zich dan, mede op grond van de overgelegde gegevens en de verkregen inlichtingen, beraden op “de opstelling dat het ten aanzien van het lichaam zal voeren”. De rechtbank is van oordeel dat hieruit is af te leiden dat van een vennootschap die betalingsonmacht wil melden, een duidelijk daarop gericht bericht mag worden verlangd, zodat het voor een pensioenfonds ook duidelijk is dat het gerechtigd is gegevens op te vragen. Dat brengt mee dat het enkele feit dat een pensioenfonds op de hoogte is van de moeilijke financiële omstandigheden van een vennootschap niet heeft te gelden als een geldige melding betalingsonmacht, reeds omdat dit feit niet meebrengt dat betaling van de premies onmogelijk is. Datzelfde geldt voor een gesloten betalingsregeling omdat daaraan juist ten grondslag ligt de voortgang van de betaling van de premies, zij het conform de gesloten betalingsregeling. Uitgangspunt bij de verdere beoordeling is dan ook dat er geen sprake is van een rechtsgeldige melding betalingsonmacht door [naam bedrijf] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df6c8e5b965ba0b2f8853f856069a57066dc4630c6c6c0ee46c8daa1de4c487. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df6c8e5b965ba0b2f8853f856069a57066dc4630c6c6c0ee46c8daa1de4c487, en de alinea staat in dat document op bytes 14427 tot 17085.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6df6c8e5b965ba0b2f8853f856069a57066dc4630c6c6c0ee46c8daa1de4c487 | shasum -a 256