Citaat | Rechtbank Rotterdam 4 december 2019
Onder 4.18. Rechtbank Rotterdam 4 december 2019
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 4 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9621.
Wat betreft de gevorderde wettelijke rente heeft [naam gedaagde 1] zich op het standpunt gesteld dat deze niet, zoals primair gevorderd, toewijsbaar is vanaf de vervaldata van de betreffende premienota’s, nu niet gesteld is dat de nota’s ook op de factuurdata zijn ontvangen door [naam bedrijf] . [naam gedaagde 1] heeft de ontvangst van de nota’s betwist. Deze betwisting mist echter een aannemelijke onderbouwing. Volgens zijn eigen stellingen had [naam gedaagde 1] geen bemoeienis met of wetenschap van de ontvangst en verwerking van de premienota’s. Uit niets blijkt dat ooit door [naam bedrijf] is gemeld dat bepaalde nota’s niet (tijdig) waren ontvangen. In dit geval mag aangenomen worden dat de nota’s op gebruikelijke wijze zijn verzonden en ontvangen. De gevorderde wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen zoals primair door het Pensioenfonds gevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df6c8e5b965ba0b2f8853f856069a57066dc4630c6c6c0ee46c8daa1de4c487. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df6c8e5b965ba0b2f8853f856069a57066dc4630c6c6c0ee46c8daa1de4c487, en de alinea staat in dat document op bytes 31553 tot 32448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6df6c8e5b965ba0b2f8853f856069a57066dc4630c6c6c0ee46c8daa1de4c487 | shasum -a 256