Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020

Onder 4.6. Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1506.

5. [eiseres] betoogt dat het zwijgrecht van een onderneming zich dient uit te strekken tot werknemers die de onderneming vertegenwoordigen en in dit geval dus tot alle personen met wie de AFM op 30 augustus, 31 augustus en 15 november 2016 heeft gesproken. Aangezien de verklaringen van deze personen tijdens deze gesprekken onder dwang zijn afgelegd en de cautie achterwege is gebleven, dienen al deze verklaringen te worden uitgesloten van het bewijs in deze zaak, aldus [eiseres] . Daarbij heeft zij gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2115).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93, en de alinea staat in dat document op bytes 20296 tot 20894.