Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020

Onder 5.2. Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1506.

Zoals ook de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraken van 24 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3494 en ECLI:NL:RVS:2018:3495), volgt uit de door [eiseres] genoemde uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2115), anders dan [eiseres] meent, dat de cautieplicht niet geldt bij het horen van werknemers van een rechtspersoon. Zelfs als [eiseres] zou moeten worden gevolgd in haar betoog dat haar werknemers tijdens de gesprekken op 30 augustus, 31 augustus en 15 november 2016 als vertegenwoordigers van [eiseres] zijn gehoord, laat dat onverlet dat zij geen bestuurders van [eiseres] waren, terwijl dat bepalend is voor het antwoord op de vraag of aan hen de cautie had moeten worden gegeven. Dit heeft de Afdeling recent nog eens bevestigd in haar uitspraken van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) en 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2952).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93, en de alinea staat in dat document op bytes 21474 tot 22354.