Citaat | Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020
Onder 5.3. Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 21 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1506.
Wat betreft de overige door [eiseres] genoemde passages ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat deze van het bewijs moeten worden uitgesloten. De door [eiseres] ter zitting als passages (1) en (2) aangeduide passages zijn in haar voordeel en de door haar als passages (3) en (4) aangeduide passages betreffen duidelijk verklaringen van [naam 3] , een werknemer van [eiseres] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93, en de alinea staat in dat document op bytes 25535 tot 25935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33e032ca541cb84eb6d85d4745c9520e8e505f2e56607bd6b6445ea698cfcd93 | shasum -a 256