Citaat | Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020
Onder 2.13. Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6607.
Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) en de Hoge Raad volgt dat de rechter verplicht is om de nationale, consumentenbeschermende bepalingen waarin Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten en Richtlijn 2008/48/EG inzake kredietovereenkomsten voor consumenten zijn omgezet, ambtshalve toe te passen. Zie onder andere HvJ 16 november 2010 (ECLI:EU:C:2010:685), HvJ 21 april 2016 (ECLI:EU:C:2016:283, vanaf punt 62), HvJ 5 maart 2020 (ECLI:EU:C:2020:167, vanaf punt 18) en Hoge Raad 12 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:236). Naar het oordeel van de kantonrechter is het in lijn met deze rechtspraak dat ook aan art. 4:20 Wft en het BGfo ambtshalve wordt getoetst. Ook hier betreft het immers op Europese richtlijnen gebaseerde en consumentenbeschermende bepalingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b, en de alinea staat in dat document op bytes 16799 tot 17621.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b | shasum -a 256