Citaat | Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020

Onder 2.14. Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6607.

Bovendien geldt dat art. 4:20 Wft met zoveel woorden is genoemd in art. 6:193f onder e BW, zodat het niet of op - kort gezegd - onduidelijke wijze verstrekken van de informatie die in art. 4:20 Wft is bedoeld een oneerlijke handelspraktijk is (art. 6:193d jo 6:193b lid 3 onder a BW) en een overeenkomst die als gevolg daarvan tot stand is gekomen vernietigbaar is (art. 6:193j lid 3 BW). Deze bepalingen vloeien voort uit de Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten. Gelet op het voorgaande moeten ook deze nationale bepalingen ambtshalve worden toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b, en de alinea staat in dat document op bytes 17702 tot 18331.