Citaat | Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020
Onder 2.16. Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 15 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6607.
Zo lang (wegens het ontbreken van toereikend onderbouwde stellingen op dit punt) niet kan worden vastgesteld dat en wanneer alle informatie die de eisende partij o.g.v. art. 4:20 Wft en het BGfo dient te verschaffen aan de gedaagde partij is verstrekt, is gelet op het vorenstaande onduidelijk wat in dit geval de ingangsdatum van de herroepingstermijn van art. 6:230x BW is en of die herroepingstermijn wellicht nog steeds loopt. Als de eisende partij geen toereikende onderbouwing op dit punt kan geven, moet het ervoor worden gehouden dat de herroepingstermijn nog steeds loopt. De vraag rijst dan of dat gevolgen heeft voor de geldigheid van de overeenkomst en (mede gelet op art. 6:230y BW) de betalingsverplichting van de gedaagde partij. Heeft de gedaagde partij bijvoorbeeld de onderhavige overeenkomst herroepen op een moment waarop de eisende partij meende dat de herroepingstermijn was verstreken?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b, en de alinea staat in dat document op bytes 19210 tot 20131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fcc88c1b78feb15a1239874b85197087e454d96b6fb24b19d8561614323674b | shasum -a 256