Citaat | Rechtbank Rotterdam 26 augustus 2026
Onder 4.14. Rechtbank Rotterdam 26 augustus 2026
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10708.
Op grond van artikel 6:94 lid 1 BW kan de rechter op verzoek van de schuldenaar een bedongen boete matigen, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, met dien verstande dat hij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet. Deze bevoegdheid dient de rechter terughoudend te hanteren. Matiging is alleen dan aan de orde als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Ook kan bij de beoordeling gewicht worden toegekend aan de hoedanigheid van partijen en aan de omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand kwam. Deze omstandigheden worden in hun onderlinge samenhang beschouwd. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank als volgt over de boete.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/707a564d9fa39bdad4bf9764b0147e21a760680f865673e54fd50002f274a886. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 707a564d9fa39bdad4bf9764b0147e21a760680f865673e54fd50002f274a886, en de alinea staat in dat document op bytes 33374 tot 34504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/707a564d9fa39bdad4bf9764b0147e21a760680f865673e54fd50002f274a886 | shasum -a 256