Citaat | Rechtbank Rotterdam 2 november 2026

Onder 4.2. Rechtbank Rotterdam 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 2 november 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:15204.

[gedaagde] stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat de curator geen (spoedeisend) belang heeft bij de ingestelde vorderingen. Nu [persoon A] inmiddels verblijft in een zorginstelling, is het aan de zorginstelling – en niet de curator – in hoeverre en met wie [persoon A] contact heeft. Bovendien had de curator op de voet van artikel 1:454 BW jo. 1:381 lid 4 BW [persoon A] moeten betrekken bij haar beslissing om dit kort geding in te stellen. Dat is niet gebeurd en daarmee ontvalt de grondslag aan de acties van de curator ten aanzien van [gedaagde] . Verder betwist [gedaagde] dat zij [persoon A] weghoudt van de nodige zorg en zijn familie en ook dat zij hem heeft ontvoerd. De curator geeft geen onderbouwing van zijn stellingen op dat punt, aldus [gedaagde] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b6664b49b306d99f7f844d19e77e76336b54fa2b19d096f58510bf2d689002a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b6664b49b306d99f7f844d19e77e76336b54fa2b19d096f58510bf2d689002a, en de alinea staat in dat document op bytes 11384 tot 12188.