Citaat | Rechtbank Rotterdam 2 november 2026
Onder 4.3. Rechtbank Rotterdam 2 november 2026
Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 2 november 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:15204.
Anders dan [gedaagde] meent, is voldoende aannemelijk dat de curator een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. De vorderingen strekken ertoe dat een einde wordt gemaakt aan een – volgens de curator – bestaande onrechtmatige situatie jegens [persoon A] . Dat maakt dat de vorderingen naar hun aard een spoedeisend karakter hebben. Dat [persoon A] op dit moment in een zorginstelling verkeert, buiten de invloedssfeer van [gedaagde] , doet daar niet aan af. De gedwongen opname is kennelijk voortgezet op basis van een daartoe verleende machtiging van de rechtbank, die niet in dit geding is overgelegd. Een dergelijke machtiging heeft op de voet van artikel 39 lid 4 Wzd een geldigheidsduur van ten hoogste zes weken en niet bekend is of de gedwongen opname in de zorginstelling wordt voortgezet na ommekomst van die periode. Er is dus een gerede kans dat [persoon A] binnen afzienbare tijd zal terugkeren naar zijn woning. Dat maakt dat de curator belang heeft bij een beslissing op de gevorderde voorzieningen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b6664b49b306d99f7f844d19e77e76336b54fa2b19d096f58510bf2d689002a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b6664b49b306d99f7f844d19e77e76336b54fa2b19d096f58510bf2d689002a, en de alinea staat in dat document op bytes 12428 tot 13465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b6664b49b306d99f7f844d19e77e76336b54fa2b19d096f58510bf2d689002a | shasum -a 256