Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001

Alinea 29 Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6704.

Voor zover hij al zou worden gezocht wegens poging tot illegale handel wordt niet aannemelijk geacht dat hij op grond van deze enkele poging zou worden veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Daar komt bij dat het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen (het Vluchtelingenverdrag) niet met succes kan worden ingeroepen tegen een normale strafvervolging wegens verdenkingen van een commuun delict. Bovendien heeft verzoeker noch in zijn detentie, noch in die van zijn vader aanleiding gezien zijn land of woonplaats te verlaten. Ook na de mislukte smokkelpoging is hij nog ruim een maand in Conakry gebleven. Dit duidt er niet op dat hij zich in een acute vluchtsituatie bevond, noch dat hij kennelijk bevreesd was gearresteerd te worden. Gelet op het voorgaande en op het toerekenbaar ontbreken van documenten is niet aannemelijk dat verzoeker gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Verdrag of dat de terugkeer van verzoeker naar zijn land van herkomst gevaar oplevert voor schending van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749, en de alinea staat in dat document op bytes 13858 tot 15014.