Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001

Alinea 34 Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6704.

3. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat zijn aanvraag ten onrechte is afgedaan in het AC. Voorts is hij van mening dat hij in aanmerking komt voor de gevraagde verblijfsvergunning. Verzoeker verwijst naar de uitspraak van de president van deze rechtbank en nevenzittingsplaats, van 10 juli 2001 (AWB 01/27156 en 01/27164 VRONTN) In het dossier ontbreekt een kenbaar gemotiveerde AC-procesbeslissing na het eerste gehoor. Een dergelijke beslissing is niet aan te merken als een loutere voorbereidingshandeling in de zin van artikel 6:3 van de Awb. Onduidelijk is of en zo ja, wanneer deze procesbeslissing ter kennis gebracht is aan verzoeker. Dit gebrek is niet reparabel. De verklaringen afgelegd tijdens en de onderzoeksresultaten uit het eerste gehoor nopen niet tot de conclusie dat door verzoeker ongeloofwaardige verklaringen zijn afgelegd omtrent identiteit, nationaliteit en reisroute. Reeds hierom dient het besluit te worden vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749, en de alinea staat in dat document op bytes 16138 tot 17102.