Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001
Alinea 40 Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 24 juli 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6704.
4. Ter zitting heeft verweerder aangevoerd dat de procesbeslissing om de zaak binnen het AC-model af te doen (hierna: de AC-beslissing) geen besluit is waartegen een afzonderlijk rechtsmiddel openstaat. Deze beslissing hoeft ook niet te worden gemotiveerd. De omstandigheid dat in het AC-model de wachttermijn tussen het eerste en het nader gehoor wordt verkort, leidt niet tot een andere conclusie. De klachten tegen een AC-beslissing kunnen aan de orde komen in de beroepsprocedure tegen de beslissing op de aanvraag. Het zou in strijd zijn met de ratio van artikel 6:3 van de Awb de AC-beslissing afzonderlijk vatbaar te doen zijn voor rechtsmiddelen. Er zouden dan twee procedures over een en dezelfde kwestie kunnen worden gevoerd. De AC-beslissing treft de vreemdeling in ieder geval niet los van het uiteindelijke besluit rechtstreeks in zijn belang. De AC-beslissing is in ieder geval geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Een AC-beslissing met betrekking tot een zaak die niet op voorhand wel of niet AC-waardig is wordt in de loop van de procedure genomen. Er is voor die categorie niet een bepaald moment aan te wijzen waarop deze beslissing wordt genomen. Als de verklaringen van de vreemdeling zoals afgelegd tijdens het nader gehoor geen aanleiding geven voor het beëindigen van het AC-traject en een eventueel nadien ingediende zienswijze evenmin, zal uiteindelijk een beslissing op de asielaanvraag worden genomen binnen de AC-procedure. Dat zal het geval zijn als naar aanleiding van het asielrelaas zonder tijdrovend onderzoek tot afwijzing kan worden beslist. Op de AC-beslissing zijn de afdelingen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7 van de Awb dan ook niet van toepassing. Een AC-beslissing hoeft dan ook niet afzonderlijk bekend gemaakt te worden en te worden gemotiveerd. In C3/12.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) is de handelwijze met betrekking tot de AC-beslissing opgenomen. Uit het betoog van gemachtigde van verzoeker volgt dat een asielzoeker altijd in zijn belangen wordt geschaad door de AC-procedure. Overigens heeft verzoeker geen rechtsmiddel ingesteld tegen de AC-beslissing. Indien verzoekers relaas onvoldoende uit de verf is gekomen, komt dat voor zijn eigen rekening. Tussen de aankomst van verzoeker in Nederland op 14 juni 2001 en het tijdstip van het bestreden besluit van 7 juli 2001 had hij de gelegenheid zijn relaas te staven met documenten. Onaannemelijk is eveneens dat verzoeker stelt nooit in het bezit te zijn geweest van een verkiezingskaart terwijl hij lid stelt te zijn (geweest) van een politieke partij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749, en de alinea staat in dat document op bytes 20183 tot 22770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7ecaebf62886992d3c79f1f0a974e3cc981f026acf3f26cbbacde0bdf252749 | shasum -a 256