Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 16 november 2001
Alinea 30 Rechtbank 's-Gravenhage 16 november 2001
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 16 november 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7721.
3.3 Eiser stelt zich op het standpunt dat uit de door hem overgelegde stukken met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat hij bij terugkeer naar Turkije te vrezen heeft voor vervolging dan wel een behandeling of bestraffing in de zin van artikel 3 van het (Europees) Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder legt deze stukken ten onrechte zonder nader onderzoek terzijde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00e4d01d85c164fb90850fa6e6696e8a1cf78e5c5b85482a3817b358156e206c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00e4d01d85c164fb90850fa6e6696e8a1cf78e5c5b85482a3817b358156e206c, en de alinea staat in dat document op bytes 8951 tot 9401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00e4d01d85c164fb90850fa6e6696e8a1cf78e5c5b85482a3817b358156e206c | shasum -a 256