Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002

Alinea 25 Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3708.

Verweerder heeft de aanvraag van 25 november 2002 niet ingewilligd op grond van artikel 4:6 van de Awb. Verweerder heeft zich - voor zover van belang en samengevat - op het standpunt gesteld dat de beschikking van 9 oktober 2001 onherroepelijk is geworden. Verzoeker heeft geen rechtsmiddel aangewend tegen de intrekking van zijn verblijfstatus in verband met nader gerezen ernstige verdenkingen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven tegen de menselijkheid als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder b van het Vluchtelingenverdrag. Hetgeen door verzoeker naar voren is gebracht niet kan worden beschouwd als rechtens relevante nieuwe feiten en omstandigheden die tot een andere beschikking aanleiding hadden behoren te geven. De conclusie van de Officier van Justitie dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om verzoeker als verdachte aan te merken en een opsporingsonderzoek te rechtvaardigen kan niet als zodanig worden aangemerkt aangezien hij slechts een oordeel velt over de mogelijke strafrechtelijke vervolging in Nederland en deze beoordeling een andere beoordeling is dan de beoordeling die plaatsvindt in het kader van de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a, en de alinea staat in dat document op bytes 9388 tot 10602.