Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002
Alinea 27 Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3708.
Voorts stelt verzoeker dat de brief van de Landelijke Officier Oorlogsmisdrijven van 10 april 2002 aangemerkt dient te worden als een nieuw feit. De inhoud van deze brief noopt tot een heroverweging nu namens deze is geoordeeld dat verzoeker geen verdachte is. Een redelijk vermoeden van schuld is immers een lagere bewijsmaatstaf dan het criterium welke verweerder heeft gehanteerd bij het tegenwerpen van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, namelijk „ernstige redenen om te veronderstellen dat“. De beoordeling van artikel 1(F) kan niet los worden gezien van de strafrechtelijke beoordeling. In artikel 1(F) wordt immers ook gesproken over „misdrijven“. Voorts valt niet in te zien waarom een oordeel van het OM over de mate van schuld niet relevant is, terwijl verweerder het oordeel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wel relevant lijkt te vinden. Verzoeker acht voorts van belang dat het OM in beginsel op het standpunt stelt dat er sprake is van rechtsmacht (Ministerie van Justitie, Brief aan Voorzitter Tweede Kamer, 26 oktober 2001, 27484, nr. 18) en dat er sprake blijkt te zijn van 1F’ers ten aanzien van wie er volgens het OM wel sprake is van een redelijk vermoeden van schuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a, en de alinea staat in dat document op bytes 11003 tot 12231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a | shasum -a 256