Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002
Alinea 39 Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 december 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3708.
Verzoeker beroept zich op de brief van 10 april 2002 van de Landelijke Officier Oorlogsmisdrijven bij het Arrondissementsparket te Arnhem. In deze brief is namens deze medegedeeld dat onvoldoende is gebleken dat ten aanzien van verzoeker een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat. Nu deze brief dateert van ná de beschikking van 9 oktober 2001 dient dit te worden aangemerkt als nieuw gebleken feit. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de brief verweerder niet noopte tot heroverweging van het besluit van 9 oktober 2001. Aan de omstandigheid dat er ten aanzien van verzoeker geen sprake is van een strafrechtelijke veroordeling en dat die er ook niet zal gaan komen gelet op het feit dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om verzoeker als verdachte te kunnen aanmerken, kan naar het oordeel van de rechtbank in onderhavige procedure geen doorslaggevende betekenis worden toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a, en de alinea staat in dat document op bytes 15968 tot 16890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdc8ff779f8ddef72fca26c82c53d4e75d57c37c6804da42b878e26dfb6c688a | shasum -a 256