Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002
Alinea 21 Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3736.
2.1 Nu eiser beschikt over een reguliere verblijfsvergunning is het de vraag of verweerder de aanvraag van eiser op grond van artikel 30, aanhef en onder b, Vw had moeten afwijzen. Verweerder heeft hierover opgemerkt dat een - in een lopende procedure verkregen - reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, voor het vervolg van die procedure niet als imperatieve weigeringsgrond wordt tegengeworpen. Verweerder is van oordeel dat een redelijke wetstoepassing met zich brengt dat artikel 30, aanhef en onder b, Vw in deze situaties niet wordt ingeroepen. Verweerder heeft anderzijds gewezen op een uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage, zittinghoudende te ’s-Hertogenbosch, van 17 juli 2001 (AWB 99/9436), waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat voornoemd standpunt van verweerder zich niet verdraagt met de wet. Ter zitting is namens verweerder aangegeven dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208, en de alinea staat in dat document op bytes 8464 tot 9404.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208 | shasum -a 256