Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002
Alinea 32 Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3736.
2.10 Verweerder heeft overwogen dat afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van het relaas van eiser door het ontbreken van documenten met betrekking tot de nationaliteit, identiteit en reisroute die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag. Voorts acht verweerder het niet geloofwaardig dat eiser daadwerkelijk een slaaf is geweest, nu uit het ambtsbericht van mei 2000 blijkt dat fysieke slavernij in Mauritanië is afgeschaft. Vervolgens heeft verweerder geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging. De problemen van eiser zijn niet te herleiden tot gronden uit het vluchtelingenverdrag. Eiser had zich bovendien tot de in het ambtsbericht genoemde organisaties kunnen wenden voor hulp en/of bescherming als hij zich wilde onttrekken aan B.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208, en de alinea staat in dat document op bytes 14579 tot 15412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208 | shasum -a 256