Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002

Alinea 33 Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3736.

2.11 Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het zeker voorstelbaar is dat in Mauritanië nog altijd slavernij voorkomt, zodat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat het relaas van eiser niet geloofwaardig is. Ter ondersteuning van deze stelling heeft eiser een ANP bericht van 29 mei 2002 overgelegd. Namens eiser is voorts betoogd dat het argument van verweerder, dat eiser zich tot de autoriteiten had moeten wenden voor hulp, geen realistische inschatting is van de situatie. Eiser was immers 16 jaar toen hij wegliep en was in het geheel niet bekend met het bestaan van instanties. Voorts heeft eiser naar voren gebracht dat hij in aanmerking dient te komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerst lid onder c, Vw nu in zijn geval sprake is van zeer schrijnende omstandigheden. Tot slot heeft eiser aangevoerd dat de beschikking onvoldoende zorgvuldig is gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208, en de alinea staat in dat document op bytes 15432 tot 16344.