Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002

Alinea 37 Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 18 november 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3736.

2.14 Verweerder heeft op goede gronden overwogen dat het relaas van eiser geen grond vormt om tot vluchtelingenschap te concluderen. Mocht het al zo zijn dat eiser in zijn land van herkomst daadwerkelijk heeft geleefd als slaaf, dan zal deze situatie pas tot vluchtelingenschap leiden als gesproken kan worden van dreigende slavernij bij terugkeer naar het land van herkomst. Eiser heeft echter niet gesteld dat hier in zijn geval sprake van zal zijn. Bovendien heeft verweerder terecht opgemerkt dat uit het ambtsbericht blijkt dat slaven of personen die in een positie van horigheid verkeren op bescherming van de overheid kunnen rekenen, zodat eiser ook om deze reden niet in aanmerking komt voor vluchtelingenschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec85e6b222e83e014e3d0708c7b0109cad85e81d083af8d2caf4b8c74e85208, en de alinea staat in dat document op bytes 16976 tot 17708.