Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003
Alinea 19 Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5175.
3. Verweerder heeft met verwijzing naar het bepaalde in het eerste lid van artikel 31, Vw 2000, in samenhang met het bepaalde in het tweede lid, onder f, van dat artikel, de aanvraag afgewezen omdat aan de verklaringen van eiser geen geloof werd gehecht nu eiser niet over documenten beschikt en vage en onjuiste verklaringen over Myanmar heeft afgelegd. Voorts heeft verweerder hierbij verwezen naar een onder ambtseed opgemaakt proces-verbaal van de Politie Midden en West Brabant van 11 april 2001, waaruit naar voren komt dat een anonieme informant verklaard heeft dat eiser tegen anderen in het asielzoekers centrum verklaard heeft bij zijn aanvraag in strijd met de waarheid te hebben aangegeven tot de Rohingya bevolkingsgroep te behoren, teneinde zijn kans om toegelaten te worden te vergroten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10392 tot 11207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea | shasum -a 256