Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003

Alinea 20 Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5175.

4. In beroep heeft eiser gesteld dat hij wel tot de Rohingya behoort en de taal spreekt. Hij heeft aangevoerd dat hij geconfronteerd had dienen te worden met de vermeende onjuistheden. Voorts stelt hij dat verweerder tot zijn oordeel is gekomen op basis van anonieme verklaringen en dat verweerder aan dergelijke verklaringen van derden geen betekenis mag doen toekomen. Tevens meent eiser dat een taalanalyse had moeten plaatsvinden en dat hij had moeten worden gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 11227 tot 11711.