Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003

Alinea 28 Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5175.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de informatie die is neergelegd in het proces-verbaal van 11 april 2001 niet aan zijn oordeel dat eisers relaas ongeloofwaardig is ten grondslag had mogen leggen, nu het gaat om verklaringen van een informant aan wie anonimiteit is toegezegd. Zonder dat de identiteit van de informant bekend wordt kan niet worden onderzocht of de informant de waarheid spreekt en wat zijn beweegredenen waren om deze informatie aan de politie door te geven. De enkele verklaring in het proces-verbaal dat de aan de verbalisant bekende achtergrond van de informant in samenhang met de door deze aangedragen gegevens, de verbalisant tot de conclusie hebben gebracht dat de informatie als waarschijnlijk kan worden aangemerkt, acht de rechtbank in dit verband onvoldoende. Hierbij is van belang dat uit het proces-verbaal niet duidelijk wordt van wie en onder welke omstandigheden de informant gehoord heeft dat eiser verklaard heeft niet uit Myanmar afkomstig te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea3018324c5bda1e875e37d163e31d9106cfd19a6e1c98dbd3c5d5ce0508e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 13905 tot 14914.