Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003
Alinea 183 Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6172.
M.B. L., destijds chirurg in het RKZ, heeft in zijn getuigenverklaring aangegeven dat hij de dood van deze patiënte plotseling vond omdat hij verwachtte dat zij nog wel een paar dagen te leven zou hebben. Omdat hem werd verteld dat er een uitzendkracht als verpleegkundige bij betrokken was die op andere afdelingen ook betrokken was bij een aantal onverklaarbare sterfgevallen wilde deze getuige dat een obductie zou plaatsvinden. Uit zijn verdere verklaring volgt dat de vraag waarom de patiënte zo acuut kwam te overlijden bij de obductie niet beantwoord is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c, en de alinea staat in dat document op bytes 85809 tot 86386.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c | shasum -a 256