Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003
Alinea 32 Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6172.
Verdachte is in de periode van 13 december 2001 tot en met 19 maart 2002 twintig keer verhoord. Verdachte heeft daarbij nimmer een voor haar belastende verklaring afgelegd. Hoewel verdachte de verhoren mogelijk als intensief heeft ervaren, is naar het oordeel van de rechtbank geen gebruik gemaakt van ongeoorloofde methoden. Incidentele opmerkingen ten aanzien van het uiterlijk van verdachte en het optreden van haar raadsman, kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als toepassing van een ongeoorloofde methode. De intensiteit en frequentie van de verhoren worden volledig gerechtvaardigd door ernst en hoeveelheid van de misdrijven waarvan verdachte werd verdacht. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de methoden en frequentie van de verhoren geenszins kunnen worden aangemerkt als een schending van de beginselen van de goede procesorde, zodat het verweer wordt verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c, en de alinea staat in dat document op bytes 9084 tot 10004.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c | shasum -a 256