Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003

Alinea 69 Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 24 maart 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6172.

4. Alvorens tot aangifte over te gaan heeft de directie van het JKZ uittreksels van de medische dossiers betreffende (onder meer) deze zeven kinderen ter beoordeling voorgelegd aan prof. dr. H.K.A. Visser, emeritus hoogleraar kindergeneeskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Met betrekking tot de zaken betreffende [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] komt prof. dr. H.K.A. Visser tot de conclusie dat er ten aanzien van deze kinderen telkens sprake is van een onverwacht en niet verklaarbaar plotseling overlijden. Voorts heeft deze deskundige aangegeven dat hij het, gezien de medische toestand van de afzonderlijke kinderen (daaronder ook de kinderen begrepen die na reanimatie niet overleden zijn), de medische onverklaarbaarheid van het overlijden respectievelijk het reanimatie-incident en de uitzonderlijk onwaarschijnlijke statistische kans dat daar steeds één specifieke verpleegkundige bij betrokken is, onwaarschijnlijk acht dat deze kinderen allen een natuurlijke dood zijn gestorven. In dat verband wijst hij op een door hem waargenomen patroon: in de meeste gevallen is er sprake van ernstig gestoorde kinderen met een gestoord hart- en ademhalingsritme, die bleek, blauw en grauw zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cdb556897da9c259462f607f6447aeaae9c3d4910ff913b62f0643912a1351c, en de alinea staat in dat document op bytes 26140 tot 27398.