Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003

Alinea 33 Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9643.

Aan de orde is de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door eiser gestelde identiteit en nationaliteit niet geloofwaardig zijn. Verweerder heeft zijn standpunt mede gebaseerd op de conclusie in het rapport van de taalanalyse van 19 september 2001.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9, en de alinea staat in dat document op bytes 10922 tot 11231.