Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003
Alinea 34 Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9643.
6. Op grond van vaste jurisprudentie kan het laten uitvoeren van een taalanalyse als een goede en geoorloofde methode worden beschouwd in het kader van het onderzoek naar de nationaliteit dan wel het land van herkomst van de vreemdeling. Dit laat onverlet dat in concrete gevallen aanknopingspunten kunnen bestaan om aan de juistheid van de conclusie van de taalanalyse te twijfelen. Dat eiser geen contra-expertise heeft laten verrichten, betekent niet dat geen redenen aanwezig kunnen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de taalanalyse. De rechtbank acht dergelijke aanknopingspunten in het onderhavige geval aanwezig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9, en de alinea staat in dat document op bytes 11269 tot 11927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9 | shasum -a 256