Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003

Alinea 49 Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 april 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9643.

Ook de stelling dat eiser niet te herleiden is tot Sudan omdat hij geen enkele taal beheerst die in Sudan in het dagelijks leven gangbaar is, is op geen enkele wijze neergelegd in het rapport van de taalanalyse, zodat niet aannemelijk is dat de taalanalist zijn conclusie op een dergelijke omstandigheid heeft gebaseerd. Bovendien volgt de rechtbank de stelling niet. Gelet op het bovenstaande dient er vooralsnog van te worden uitgegaan dat eiser het Biti beheerst. De stelling dat het Engels, eisers tweede taal, nergens in Sudan gangbaar zou zijn als voertaal stemt niet overeen met informatie die de rechtbank ambtshalve bekend is. Weliswaar stelt verweerder in de brief van 23 december 2002 dat blijkens paragraaf 2.1.1 van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 17 september 2002 het Juba-Arabisch in het Zuiden van Sudan de functie van inter-etnische voertaal vervult, en dat het Engels nergens in Sudan wordt gebruikt als voertaal in het dagelijks leven. Echter, deze informatie stemt niet overeen met hetgeen over Zuid-Sudan wordt vermeld in het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 31 maart 2001:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9e7bca722ed27c26e09bfcddf1f2904fc6212018bc1d270364770ff5707bfb9, en de alinea staat in dat document op bytes 19708 tot 20867.