Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003
Alinea 22 Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1407.
2.1 Ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft eiser in het nader gehoor - kort samengevat - naar voren gebracht dat hij zijn land is ontvlucht uit vrees voor vervolging door de Taliban. Sedert de komst van de Mudjahedin in 1992 leidde eiser in Kabul een teruggetrokken bestaan. Begin 1995 is hij verhuisd naar een dorp in de provincie Kafisa. Toen bleek dat hij daar werd gezocht is eiser in juli 1996 verhuisd naar Jalalabad. Op 30 september 1996 werd bij eiser een huiszoeking gedaan door de Taliban. Eiser kon zich verstoppen, maar de Taliban hebben zijn zoon meegenomen, als borg voor eiser zelf. Eiser is de volgende dag gevlucht naar Pakistan. Omdat hij zich in Pakistan ook niet veilig voelde is eiser op 10 november 1996 per vliegtuig gevlucht naar Nederland. In het nader gehoor, het aanvullend gehoor en het gehoor voor de ambtelijke commissie heeft eiser verklaringen afgelegd omtrent zijn arbeidsverleden in de periode 1971 tot 1992, in het bijzonder met betrekking tot zijn carrière binnen de Afghaanse veiligheidsdienst, de KhAD.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2, en de alinea staat in dat document op bytes 10112 tot 11168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2 | shasum -a 256