Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003

Alinea 37 Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1407.

4.7 Ten aanzien van de verhouding tussen het bepaalde in artikel 1 (A) en artikel 1 (F) van het Verdrag overweegt de rechtbank het volgende. Uit de tekst van het Verdrag kan niet zonder meer worden opgemaakt in welke volgorde aan genoemde artikelen dient te worden getoetst. Een aanwijzing voor de opvatting dat eerst dient te worden getoetst aan artikel 1 (A) alvorens te toetsen aan artikel 1 (F), is dat in artikel 1 (F) van het Verdrag is bepaald dat indien de asielzoeker aan één van de daar genoemde voorwaarden voldoet, de voorzieningen ("provisions") van het Verdrag niet van toepassing zijn. Dit suggereert dat artikel 1 (F) pas aan de orde komt wanneer reeds is vastgesteld dat de "provisions" van het Verdrag (in het bijzonder artikel 33) in beginsel wél op de asielzoeker van toepassing zijn. Daar staat tegenover dat artikel 1 (F) van het Verdrag iedere persoon ("any person") van de "provisions" van het Verdrag uitsluit en niet 'de vluchteling'. Uit de Travaux Preparatoires bij het Verdrag blijkt niet dat artikel 1 (F), zoals artikel 1 (D) en artikel 1 (E) van het Verdrag, als 'voorvraag' geldt. De UNHCR stelt zich op het standpunt dat toetsing aan het bepaalde in artikel 1 (F) pas aan de orde dient te komen wanneer is vastgesteld dat de asielzoeker vluchteling is in de zin van artikel 1 (A) van het Verdrag (zie het "UNHCR Handbook on Procedures and Criteria for Determining Refugee Status", par. 176 en "The Exclusion Clauses, Guidelines on their Application", par. 9). De UNHCR acht inclusion before exclusion aanbevelenswaardig omdat op die manier is gegarandeerd dat de verschillende aspecten van de casus tegen elkaar kunnen worden afgewogen (de zogenaamde proportionaliteitstoets). Met name wanneer artikel 1 (F) aanhef en onder b, aan de asielzoeker kan worden tegengeworpen wordt dit van belang geacht, omdat in die gevallen een balans moet worden gevonden tussen aard van het veronderstelde misdrijf en de mate van vervolging die de asielzoeker vreest ("Handbook", par. 156). Maar ook wanneer direct duidelijk is dat de asielzoeker wellicht zal worden uitgesloten wordt een volledig statusbepalingsinterview uit een oogpunt van rechtvaardigheid, ter verkrijging van vollediger informatie en ter vereenvoudiging van de beoordeling, van belang geacht ("UNHCR's View on the Application of Article 1 F of the 1951 Refugee Convention: Comments on the letter of the State Secretary of Justice to the Second Chamber of the Parliament, dated 28 november 1997", par. 7-9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2, en de alinea staat in dat document op bytes 17909 tot 20420.