Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003
Alinea 39 Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1407.
4.9 Eisers stelling dat verweerder zijn aanvraag ten onrechte niet expliciet aan het bepaalde in artikel 1 (A) heeft getoetst alvorens te toetsen aan het bepaalde in artikel 1 (F) kan gelet op het voorgaande niet worden gevolgd. Voor zover eiser bedoelt te stellen dat verweerder bij de toepassing van artikel 1 (F) heeft gehandeld in strijd met de vereiste zorgvuldigheid oordeelt de rechtbank dat ook deze stelling niet kan worden gevolgd, nu gesteld noch gebleken is dat juist eisers vluchtmotieven, welke hij in het nader gehoor van 11 december 1996 naar voren heeft kunnen brengen, voor verweerder aanleiding hadden dienen te zijn om het bepaalde in artikel 1 (F) aanhef en onder a en c van het Verdrag niet aan eiser tegen te werpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2, en de alinea staat in dat document op bytes 22185 tot 22937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2 | shasum -a 256