Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003

Alinea 44 Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1407.

4.13 Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het standpunt van verweerder dat uitzetting van eiser, niettegenstaande de afwijzing van zijn aanvraag, niet aan de orde is, niet kan worden gevolgd. Het bepaalde in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 brengt mee dat de vreemdeling na afwijzing van zijn asielaanvraag, daargelaten feitelijke belemmeringen, wordt uitgezet. Aan verweerder komt niet de vrijheid toe te beslissen de uitzetting van eiser achterwege te laten. Dit betekent dat verweerder ten onrechte de aanvraag heeft afgewezen alvorens te bepalen of uitzetting van de vreemdeling niet tot schending van artikel 3 van het EVRM zal leiden. Het bestreden besluit is derhalve onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c729e855757ccce0d7e6694b23ed4f9fec02100ecc43a43e6ddd5c6a0a3379a2, en de alinea staat in dat document op bytes 27120 tot 27878.