Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 31 maart 2004

Alinea 33 Rechtbank 's-Gravenhage 31 maart 2004

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 31 maart 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6670.

Het ter misleiding van verdachte verzonnen verhaal, in casu: het smokkelen van sigaretten en/of handel in verdovende middelen, waarmee de informanten voor zichzelf een geloofwaardige achtergrond moesten schetsen teneinde contact met verdachte te kunnen leggen en onderhouden, is een onderdeel van die misleiding en van de coveridentiteit van de informant. De enkele omstandigheid dat de informant, onder de hierboven uiteengezette omstandigheden, bij verdachte de indruk heeft gewekt dat hij zich met bovengenoemde strafbare feiten bezighield, betekent niet dat hij zich ook daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan de strafbare voorbereiding, de deelneming of het plegen van die feiten. De stelling van de verdediging dat zulks het geval was, is niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt, zodat deze naar het oordeel van de rechtbank feitelijke grondslag mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2e2ea207250d5be5f597d29613d5176d6c66cfc2da431086779bfa568a4aa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2e2ea207250d5be5f597d29613d5176d6c66cfc2da431086779bfa568a4aa7, en de alinea staat in dat document op bytes 10379 tot 11251.