Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 december 2006
Alinea 22 Rechtbank 's-Gravenhage 11 december 2006
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:BA1101.
2.1.1. Ingevolge artikel 17 juncto artikel 8 van de Wet Bopz heeft de rechter in dit geval de plicht de betrokkene in persoon te horen, tenzij hij vaststelt dat de betrokkene niet bereid is zich te doen horen. In de standaardbeschikking HR 14 februari 1997, NJ 1997, 378 m.nt. JdB, overwoog de Hoge Raad als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4e4edf57c1772eccca2c6f0a342ee282e35d2500080211836f737773a0acf90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4e4edf57c1772eccca2c6f0a342ee282e35d2500080211836f737773a0acf90, en de alinea staat in dat document op bytes 9001 tot 9329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4e4edf57c1772eccca2c6f0a342ee282e35d2500080211836f737773a0acf90 | shasum -a 256