Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 20 maart 2007

Alinea 33 Rechtbank 's-Gravenhage 20 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 20 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2056.

2.9. Naar het oordeel van de rechtbank zijn bij de bepaling van de fiscale woonplaats op grond van artikel 4, eerste lid, van de Awr de feitelijke omstandigheden bepalend. Dat houdt in dat de materiële werkelijkheid beslissend is voor het antwoord op de vraag waar iemand woont en dat formele criteria, zoals inschrijving in gemeentelijke registers, daarbij slechts van bijkomend belang zijn. Gelet op de onder 2.8 vermelde vaststaande omstandigheden leidt het voorgaande de rechtbank tot het oordeel dat eiser op 20 oktober 2004 zijn woonplaats niet in Nederland had en derhalve op genoemde datum niet kan worden aangemerkt als een in Nederland wonende natuurlijke persoon zoals bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Wet BPM. Dat eisers echtgenote en kind destijds feitelijk wel nog in Nederland woonden, kan hieraan naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de plausibele en door verweerder niet weersproken verklaring hiervoor, niet afdoen; in het licht van de door eiser geschetste omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat op 20 oktober 2004 nog een zodanige duurzame band met Nederland bestond dat moet worden geconcludeerd dat eiser zijn woonplaats in Nederland had. De naheffingsaanslag en de daarbij opgelegde boete zijn derhalve reeds hierom ten onrechte aan eiser opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d03c9d4e7d2923c71d721a3fb97caa9ec1cd8ab98e0c73cd0057a246fd63bea1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d03c9d4e7d2923c71d721a3fb97caa9ec1cd8ab98e0c73cd0057a246fd63bea1, en de alinea staat in dat document op bytes 11639 tot 12977.