Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2007

Alinea 102 Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 11 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9364.

4.3. Bij de beoordeling van het verweer van de Gemeente moet worden vooropgesteld dat de burgerlijke rechter, wanneer tegen een besluit een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang heeft opengestaan en deze beroepsgang niet is gebruikt, in beginsel ervan dient uit te gaan dat het besluit zowel wat betreft zijn wijze van totstandkoming als wat betreft zijn inhoud in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften en met algemene rechtsbeginselen, behoudens indien de daaraan verbonden bezwaren door bijkomende omstandigheden zo klemmend worden dat op dat beginsel een uitzondering moet worden aanvaard. Deze in de rechtspraak ontwikkelde leer van de formele rechtkracht berust op de gedachte van een doelmatige taakverdeling, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat ten aanzien van overheidsbesluiten de beslissing omtrent de vraag of het besluit jegens een belanghebbende als onrechtmatig moet worden aangemerkt, in een bestuursrechtelijke procedure wordt genomen. Voorts heeft de Hoge Raad bij arrest van 19 juni 1998 (NJ 1998, 869) geoordeeld dat ook besluiten tot goedkeuring en vaststelling van een bestemmingsplan formele rechtskracht verkrijgen. Aldus ook het Gerechtshof Arnhem in zijn arrest van 25 april 2006 (NJ 2006, 462), waarin dit hof de benadering in zijn door Etam aangehaalde arrest van 26 juni 2001 (JB 2001, 224) niet volhoudt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd4db784484c8e76c523411d11eccc8319e23bf9d2e50feb1fd0010a4eeae716. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd4db784484c8e76c523411d11eccc8319e23bf9d2e50feb1fd0010a4eeae716, en de alinea staat in dat document op bytes 22291 tot 23666.