Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 7 maart 2007
Alinea 32 Rechtbank 's-Gravenhage 7 maart 2007
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 7 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1863.
De rechtbank is voorts van oordeel dat het door eiseres van erflaatster verkregen legaat kan worden beschouwd als de voldoening aan een ter zake van de door eiseres verrichte arbeid bestaande natuurlijke verbintenis. De rechtbank overweegt daartoe dat sprake is van een morele verplichting van zodanige aard dat naleving daarvan naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan eiseres toekomende prestatie is aan te merken. Daarbij is in aanmerking genomen de lange duur van de dienstbetrekking, de relatief geringe vergoeding die eiseres voor de verrichte arbeid heeft ontvangen, alsmede de door verweerder niet weersproken toezegging van erflaatster dat zij het met eiseres ooit zou goedmaken. De rechtbank acht in dit verband voorts de grootte van het verleende legaat niet zonder gewicht. De omstandigheid dat in het testament niet expliciet naar de toezegging is verwezen kan, mede gezien de toekenning van het legaat en de grootte ervan, aan het bestaan van de toezegging niet afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffbbdfd6e377468e2e028e1e74c0eb2dba24cfa0ee37abcf609c5d89b59b04cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffbbdfd6e377468e2e028e1e74c0eb2dba24cfa0ee37abcf609c5d89b59b04cc, en de alinea staat in dat document op bytes 10102 tot 11118.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffbbdfd6e377468e2e028e1e74c0eb2dba24cfa0ee37abcf609c5d89b59b04cc | shasum -a 256