Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007

Alinea 46 Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8949.

Verweerder heeft in strijd met artikel 7:4, tweede lid, van de Awb niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen op 10 januari 2006 voor eiser ter inzage gelegd, met name niet de processen-verbaal van het strafrechtelijk onderzoek, waaruit verweerder niettemin vrijelijk citeert. Verweerder heeft eiser, in strijd met artikel 49, vijfde lid, van de IW, artikel 49, paragraaf 2, zesde lid van de Leidraad Invorderingswet 1990 (hierna: LI) en de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 13 augustus 2004, nr. DGB 2004/4015U, V-N 2004/42.1, niet op de hoogte gesteld van de gegevens met betrekking tot de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Voorts kon het horen van eiser door [persoon C.] niet tot een deugdelijke heroverweging van de primaire besluiten leiden, nu [persoon C.], voorafgaand aan het horen in deze zaak, in de uitspraak op eisers bezwaar die heeft geleid tot het beroep dat bij de rechtbank onder nr. AWB 05/5727 is geregistreerd, een standpunt over de onderhavige problematiek heeft ingenomen. Eiser is door deze gang van zaken in zijn belangen geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e, en de alinea staat in dat document op bytes 13945 tot 15076.