Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007

Alinea 55 Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8949.

Verweerder heeft alle op de zaak betrekking hebbende stukken, die hij destijds aan eiser ter inzage kon verstrekken, voorafgaand aan het horen op 10 januari 2006 voor hem ter inzage gelegd. Nadat de Officier van Justitie verweerder op 9 februari 2006 had medegedeeld dat de processen-verbaal uit het strafrechtelijk onderzoek konden worden overgelegd, is het volledige strafrechtdossier aan de gemachtigde van eiser toegezonden. Van een schending van artikel 7:4, tweede lid, van de Awb, artikel 49, vijfde lid, van de IW, artikel 49, § 2, zesde lid van de LI en de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 13 augustus 2004, nr. DGB 2004/4015U, V-N 2004/42.1, is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e, en de alinea staat in dat document op bytes 16751 tot 17448.