Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007

Alinea 61 Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8949.

4.1. Verweerder heeft gesteld dat de Officier van Justitie pas op 9 februari 2006 toestemming heeft gegeven om de processen-verbaal van het strafrechtelijk onderzoek aan eiser te verstrekken, dat deze stukken om die reden ten tijde van het horen op 10 januari 2006 nog niet in het dossier aanwezig waren en dat het volledige strafrechtdossier medio mei 2006 aan eisers gemachtigde is toegezonden. Deze stellingen heeft eiser niet weersproken, zodat de rechtbank van de juistheid ervan uitgaat. Naar het oordeel van de rechtbank kon van verweerder redelijkerwijs niet worden geëist dat hij de destijds nog niet door de Officier van Justitie vrijgegeven processen-verbaal voorafgaande aan het horen aan eiser ter inzage verstrekte. Hierbij doet niet ter zake dat, naar eiser stelt, de inhoud van de processen-verbaal op onderdelen onjuist zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e, en de alinea staat in dat document op bytes 19177 tot 20038.