Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007
Alinea 78 Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 1 november 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8949.
4.11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat het niet betalen van elk van de onder 1.1. genoemde belastingschulden het gevolg is van aan eiser te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van 25 november 2003 tot het voor de desbetreffende belastingschuld geldende, onder 4.5. genoemde tijdstip. Bij dit oordeel neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Aannemelijk is dat eiser, gebruik makend van zijn leidende en overheersende positie van [B.], heeft bewerkstelligd dat deze vennootschap aan de BV niet meer betaalde dan de bedragen die de BV nodig had voor de betaling van de netto-lonen van haar werknemers en nog wat bijkomende kosten. Voorts is aannemelijk dat eiser, als enig bestuurder van de BV, ervoor heeft gekozen, althans heeft toegelaten, dat de BV de belangen van de fiscus als schuldeiser willens en wetens verwaarloosde doordat deze de onder 1.1. genoemde belastingschulden niet voldeed terwijl de daarvoor benodigde gelden wel, althans ten dele, bij de BV aanwezig waren doch werden gebruikt voor andere doeleinden, met name de betaling van de netto-lonen van de werknemers. In dit verband is nog van belang dat eiser, hoewel hij als enig bestuurder van de BV daarvoor de eerst aangewezene was, niets heeft ondernomen om de achterstallige betalingen bij [B.] in te vorderen en/of tot een betalingsregeling met [B.] te komen. De stelling van eiser dat het personeelsbestand van de BV is ingekrompen van 63 werknemers in 1999 naar 41 werknemers in 2005, is niet relevant aangezien gesteld noch gebleken is dat dit wijziging heeft gebracht in de gedragslijn van de BV om alle beschikbare middelen te gebruiken voor de betaling van netto-lonen en enige bijkomende kosten. Hooguit bracht de personeelsinkrimping mee dat de belastingschulden van de BV iets minder snel opliepen. Tot betaling van verschuldigde belasting heeft zij niet geleid. De rechtbank acht bij dit alles niet van belang welke reden [B.] ervoor had de facturen van de BV niet volledig te betalen. Gelet op het vorenstaande heeft eiser als bestuurder van de BV bewust ervoor zorg gedragen dat de onder 1.1. genoemde belastingschulden onbetaald bleven. Ter zake treft hem persoonlijk verwijt. Eiser is dan ook terecht aansprakelijk gesteld, zowel voor de onbetaald gebleven belasting als voor de invorderingsrente, de boetes en de aanmaningskosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e, en de alinea staat in dat document op bytes 26194 tot 28588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61cd5cc83fe5e8a1b3c637fc37ec9d816e57a20460c6726a25c434c322efad5e | shasum -a 256