Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 23 maart 2009

Alinea 1663 Rechtbank 's-Gravenhage 23 maart 2009

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 23 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444.

35. De voorgaande overwegingen leiden tot de volgende slotsom. De rechtbank staat voor een dilemma: de keuze tussen de maximale tijdelijke gevangenisstraf van 20 jaar (de facto 13 jaar en 4 maanden) en een levenslange gevangenisstraf, waarbij "levenslang" in de praktijk in beginsel ook echt "levenslang" is. Tussen deze twee opties gaapt een diepe kloof. De rechtbank vindt dat met de oplegging van een gevangenisstraf van 20 jaar in onvoldoende mate recht wordt gedaan aan de ernst van de door verdachte gepleegde feiten. Daar staat tegenover dat levenslange gevangenisstraf, zeker nu naar huidig beleid geen reëel perspectief op vrijlating bestaat, naar het oordeel van de rechtbank niet dan bij uiterste noodzaak dient te worden opgelegd. Die uiterste noodzaak is in deze zaak onvoldoende gebleken nu een concreet recidivegevaar - doorgaans van doorslaggevende betekenis bij de oplegging van een levenslange gevangenisstraf - niet aanwezig is en een levenslange gevangenisstraf voor deze verdachte op gespannen voet staat met de straftoemeting door het Rwanda-tribunaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06fdec793e6b88da5ace31c5a757bd1ecbe4dfc74658b7aadf4cf68fc218a41e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06fdec793e6b88da5ace31c5a757bd1ecbe4dfc74658b7aadf4cf68fc218a41e, en de alinea staat in dat document op bytes 692121 tot 693209.