Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Alinea 291 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.

4.2.2. Eiseres heeft, ter onderbouwing van haar uitstelverzoek, een email van de bestuurder van eiseres overgelegd waarin deze als reden waarom hij niet ter zitting van 8 november aanwezig kan zijn, vermeldt: "Door onvoorziene persoonlijke omstandigheden lukt het mij onmogelijk om op 8 november in Nederland te zijn". Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de onderbouwing van het uitstelverzoek niet van gewichtige redenen waarom bestuurder niet op de voor de behandeling van de zaak vastgestelde zittingsdag aanwezig kan zijn. Ook anderszins zijn zodanige gewichtige redenen niet naar voren gekomen. Derhalve heeft de rechtbank in deze door eiseres aangedragen grond geen aanleiding gevonden het uitstelverzoek in te willigen. Dat de bestuurder van eiseres niet het laatste woord heeft kunnen voeren levert, anders dan eiseres meent, geen strijd op met artikel 8:65 Awb, omdat een tweetal gemachtigden ter zitting, zij het onder protest, het woord namens eiseres hebben gevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 52044 tot 53046.