Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Alinea 293 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.

4.2.3.1. Wat betreft het horen van getuigen door eiseres als reden voor uitstel van de tweede mondelinge behandeling neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Zoals vermeld onder 1.12 heeft eiseres, naast de twee onder 1.9 en 1.16 vermelde zittingen twee maal de gelegenheid gehad getuigen te doen horen. Eiseres heeft gesteld te hebben geprobeerd nog meer getuigen te doen horen, maar dat deze pogingen zijn mislukt omdat de beoogde getuigen ofwel niet te traceren zijn ofwel hebben laten weten niet te willen meewerken. Tot deze laatste categorie behoort ook [E] die in deze procedure namens verweerder optreedt. De rechtbank heeft verklaard de weigering van [E] om als getuige te worden gehoord, te respecteren. Hierbij overweegt de rechtbank nog dat er, naar de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 17 juni 1992, nr. 27 048, BNB 1992/295, geen aanleiding bestaat om, zonder daartoe strekkende wettelijke bepaling, aan te nemen dat een partij in fiscaalbestuursrechtelijke zaken als getuige kan worden gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 53890 tot 54929.