Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Alinea 295 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.

4.2.3.2. Wat betreft de andere door eiseres aangevoerde redenen voor het uitstellen van de tweede mondelinge behandeling, te weten dat zij niet tijdig voor de zitting van 8 november 2010 inzage van de relevante stukken en bescheiden kon nemen en niet alle schriftelijke verklaringen van personen die kennis dragen van relevante feiten en andere bewijsstukken kon inbrengen, overweegt de rechtbank het volgende. Voor zover de stelling van eiseres dat zij niet tijdig voor de zitting van 8 november 2010 inzage van de relevante stukken en bescheiden kon nemen, ziet op de door verweerder bij brief van 29 oktober 2010 overgelegde nadere stukken, faalt zij op de onder 4.2.4 genoemde gronden. Voor het overige mist de stelling feitelijke grondslag. De stelling van eiseres dat zij niet tijdig voor de zitting van 8 november 2010 alle schriftelijke verklaringen van personen die kennis dragen van relevante feiten en andere bewijsstukken kon inbrengen, slaagt evenmin. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres ruimschoots de tijd heeft gehad om schriftelijke verklaringen en andere bewijsstukken te verzamelen en te overleggen en dat eiseres desgevraagd niet, althans niet voldoende duidelijk, heeft aangegeven waarop de door haar te overleggen verklaringen en bewijsstukken betrekking hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 55478 tot 56795.