Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Alinea 296 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.

4.2.3.3. Ook de stelling van eiseres dat er mogelijk stukken a decharge - waaronder eiseres kennelijk verstaat: stukken die zouden kunnen bijdragen aan de onderbouwing van de door haar ingenomen standpunten dan wel aan de weerspreking van de door verweerder ingenomen standpunten - bij de Officier van Justitie liggen en dat eiseres (nog) niet over deze stukken kan beschikken, zodat de mondelinge behandeling van 8 november 2010 had moeten worden uitgesteld, kan haar niet baten. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres tegenover de weerspreking door de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat zodanige stukken bij de Officier van Justitie berusten. In dit verband heeft eiseres nog betoogd dat door uitstel van de mondelinge behandeling en daarmee van de uitspraak op de beroepen kan worden voorkomen dat de uitspraak in het onderhavige geschil consequenties heeft voor de strafrechtelijke vervolging van eiseres ter zake van (vermeende) feiten die in relatie tot het onderwerp van het onderhavige geschil kunnen worden gebracht. Zo de uitspraak van de rechtbank in de onderhavige zaken al enige rol kan spelen in de zo-even bedoelde strafrechtelijke vervolging van eiseres, vindt de rechtbank daarin geen aanleiding om de behandeling van de onderhavige zaken uit te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 56815 tot 58126.