Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010
Alinea 301 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.
4.4. Eiseres heeft in de pleitnotitie, die zij ter zitting van 10 november 2009 heeft voorgedragen, gevraagd de heren [E] en [T] als getuigen te willen doen horen. Later heeft zij de rechtbank verzocht om beiden als getuigen op te roepen. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat het haar vrijstaat alleen dan (zelf) een getuige op te roepen indien dit de rechtbank in het kader van de op haar rustende taak zinvol voorkomt (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 13 maart 2009, nr. 43 313, BNB 2010/4) en dat is hier naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Eiseres is op de zitting van 8 november 2010 wel de mogelijkheid geboden om vragen aan de heer [E], ter zitting aanwezig, via de rechtbank te stellen. Deze mogelijkheid heeft eiseres van de hand gewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 61475 tot 62299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9 | shasum -a 256